Hoofdstuk 9. Eeuwige liefde (uit deel 2 Mag ik even tussendoor)

Met smekende ogen kijkt hij naar en hoopt op haar glimlach die maar niet wil verschijnen.
De oogopslag die hem zo verliefd had gemaakt toen hij haar voor het eerst zag, blijft een valse verwachting.
Het leven heeft al lang van haar afscheid genomen. Zijn liefde kan het nog niet. Nu nog niet.
Die liefde twijfelt, knaagt aan die twijfel. Echter die onbegrepen twijfel verscheurt alle verhoudingen om hem heen.
Hoop is geworden tot wanhoop.
Oordelen veroordelen.
Hij pakt haar hand, zacht en warm nog. Zijn wang streelt de hand waarna hij deze slap op het ongekreukte strakke witte laken laat neerploffen.
Tekenend voor zijn gemoedstoestand?
De vraag waarvan het antwoord hem gaat scheiden van zijn liefde, is als een splijtzwam.
Alle steun is onbegrip geworden. De stekker moet eruit maar heel zijn mentale gewicht drukt diezelfde stekker steeds maar weer in zijn energiebron terug. Vertwijfeld luistert hij naar haar onnatuurlijke maar zeer regelmatige ademhaling. Hij houdt zoveel van haar dat hij haar maar niet die verlossing kan geven die anderen om hem heen, denken dat ze nodig heeft.
Gekweld hebben ze hem met alle denkbare argumenten.
De kwaliteit van zijn leven was zijn liefdesleven.
Missen zij dat zodat hun wens ene grote projectie is?
Of is het zijn eigen projectie van angst voor het alleen zijn, de eenzaamheid?
Hij voelt dat zijn gedachten over hun liefde hem alsnog over de grens heentrekken. Zijn hand gaat langzaam naar de stekker. Vele ogen volgen.
Het geluid van de ademhalingspomp sterft langzaam weg.
Zoals alles sterft.

Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Hoofdstuk 9.  Eeuwige liefde (uit deel 2 Mag ik even tussendoor)

Ongewenste intimiteit

(Fragment) Voor wat, hoort wat? (verschijnt binnenkort: het zal je kind maar wezen)

Van Action tot Kringloop. (verschijnt binnenkort: Het zal je kind maar wezen)

Hfdst. 4 Demonencratie Uit: 'Mag ik even tussendoor' deel 2

de onwetende en de witte maagd. (uit 'Mag ik even tussendoor deel 2')